De Bijlesstudent

Scheidingsmethoden 1: filtreren, bezinken, centrifugeren, adsorberen

Bijles NaSk VMBO

Heeft elke scheidingsmethode een andere stofeigenschap?

Er zijn verschillende scheidingsmethoden die je moet kennen. Je moet in ieder geval weten wat filtreren, bezinken, centrifugeren, adsorberen, papierchromatografie, indampen, extraheren en destilleren. Elk van deze scheidingsmethoden berust op een andere stofeigenschap. We zullen op deze pagina filtreren, bezinken, centrifugeren en adsorberen met je doornemen.

Wat is filtreren en bezinken?

Filtreren – berust op verschil in deeltjesgrootte:

Deze methode kan gebruikt worden om een vaste stof van een vloeistof te scheiden. De vaste stofdeeltjes zijn te groot om door het filter heen te kunnen en zullen daarom achterblijven in het residu. De vloeistof die door het filter heen gaat en opgevangen kan worden in een bekerglas, wordt het filtraat genoemd.

Bezinken – berust op verschil in dichtheid:

Deze methode kan ook worden gebruikt om een vaste stof van een vloeistof te scheiden. Denk bijvoorbeeld aan een suspensie als jus d’orange. Hierbij zitten stukjes vruchtvlees verspreid door de oplossing heen. Als je de jus d’orange een tijdje laat stallen, zullen de vaste deeltjes naar de bodem zakken, omdat deze een grotere dichtheid hebben dan de vloeistof. Je kunt daarna voorzichtig afschenken en dan heb je de suspensie gescheiden van zijn vaste bestanddelen.

 

Centrifugeren en absorberen

Centrifugeren – berust op verschil in dichtheid

Door centrifugeren kan een suspensie worden gescheiden in een vaste stof en en een vloeistof. Door de centrifugale kracht verzamelen de deeltjes met een hogere dichtheid (de vaste stof) zich verder van het draaipunt dan de deeltjes met een lagere dichtheid (de vloeistof). Door vervolgens voorzichtig af te schenken, kun je de vaste stof van de vloeistof scheiden.

Adsorberen – berust op verschil in aanhechtingsvermogen:

Adsorberen betekent aanhechten. De moleculen van de ene stof hechten wel aan het adsorptiemiddel, de moleculen van de andere stof niet. Zo kun je bijvoorbeeld de kleurstof uit rode wijn verwijderen door actieve kool (Norit) toe te voegen aan de rode wijn. De actieve kool is het adsorptiemiddel, waaraan de kleurstof zich zal hechten. Vervolgens kun je de kooldeeltjes uit de oplossing verwijderen door te filtreren. De kooldeeltjes met de aangehechte kleurstof zullen daarbij in het residu achterblijven.