De Bijlesstudent

Het natuurlijk evenwicht van een ecosysteem

Bijles Biologie VWO

Natuurlijk evenwicht

In natuurlijk evenwicht blijft elke factor in een ecosysteem min of meer constant. De grootte van de populaties van soorten schommelen om een bepaalde waarde. Dit komt doordat de soort, mate van en hoeveelheid biotische en abiotische elementen waaruit het ecosysteem is opgebouwd min of meer gelijk blijven. In zo’n natuurlijk evenwicht is er een zekere vorm van stabiliteit.

Biotische en abiotische factoren

Of zo’n evenwicht zich in stand houdt, hangt dus af van de biotische en abiotische factoren. De abiotische factoren kunnen natuurlijk altijd veranderen.

Tip: abiotische factoren zijn factoren van het externe milieu die geen biologische oorsprong hebben. Je kunt de abiotische factoren zien als de ‘instellingen’ van de aardoppervlak. We hebben het dan over de temperatuur, de hoeveelheid licht en water, de windstromen en de vochtigheid in een omgeving.

De grootte van de populaties van soorten kunnen natuurlijk ook veranderen. We hebben het dan over de biotische factoren. Het aantal organismen verandert vanzelfsprekend door geboorte en sterfte. Ook verandert het aantal organismen door komst van nieuwe soorten (exoten) en concurrentie. Door die concurrentie zullen alleen de best aangepaste soorten en individuen overleven en zich voortplanten.

Tip: De grootte van de populaties van soorten in een gebied noemen we de populatiedichtheid.

Natuurlijke regelsystemen

Het evenwicht reguleert zichzelf door middel van natuurlijke regelsystemen. Wanneer er te sterke schommelingen zijn in populatiedichtheid worden die schommelingen geremd. We noemen dit negatieve terugkoppeling.

 Neemt de populatiedichtheid af? Dan neemt het territorium en het voedselaanbod per individu toe waardoor de populatiedichtheid weer zal toenemen.

Neemt de populatiedichtheid toe? Dan wordt die toename geremd door voedselschaarste, ruimtegebrek, ziekten en een toenemend aantal vijanden. Weet je al wat er dan ontstaat? Natuurlijke selectie! De zwakkere individuen hebben namelijk een lagere kans op voortplanting en overleving. De populatiedichtheid zal weer afnemen.

Als verstoringen niet kunnen worden gecompenseerd door de natuurlijke regelsystemen verandert het ecosysteem.