De Bijlesstudent

De concentratie van een oplossing berekenen

Bijles Scheikunde VWO

Wat is een oplossing in de scheikunde?

Bij scheikunde is een oplossing een homogeen mengsel van twee dingen: een opgeloste stof en een oplosmiddel waarin de stof wordt opgelost. Concentratie is een maat voor de hoeveelheid opgeloste stof in een oplosmiddel. Een concentratie wordt gegeven in g/L. Dus, de hoeveelheid van de opgeloste stof gedeeld door de hoeveelheid oplossing.

Je hebt twee dingen nodig om de concentratie van een stof te berekenen. Je moet weten hoeveel gram of mol je hebt van een stof en in hoeveel liter oplossing dit opgelost is.

Let op! Je deelt niet door het oplosmiddel maar door de oplossing. Stel dat je een zoutoplossing wil maken van 15 g/L. Dan doe je niet 15 gram zout bij een liter water. Dan zou je een oplossing krijgen die iets meer is dan één liter. Om het goed te doen moet je eerst 15 gram zout in een bak doen en dan de bak aanvullen met water totdat er precies 1 liter vloeistof in zit.

Kijk je naar hoeveel mol er in een oplossing zit? Dan hebben we het niet over de concentratie. We noemen dat de molariteit (M). Het aantal gram of mol wordt vaak niet direct in de vraag gegeven. Daarom moet je eerst de gegevens die je hebt omrekenen.

Tip: Check onze uitleg over molberekeningen voor uitleg over hoe je gegevens kunt omrekenen!

Hoe bereken je een concentratie?

Laten we makkelijk beginnen. Stel we willen de concentratie (g/L) van een oplossing vinden, gemaakt door het oplossen van 1/3 theelepel zout in 1,5 liter water. 1 theelepel zout ongeveer 6 gram. Dus, we hebben 2 gram zout. Dat zit in 1,5 liter oplossing. We moet het aantal gram delen door het aantal liter.

Dus: 2 / 1,5 = 1 ⅓ g/L… Makkie dus!

Nu willen we de molariteit vinden van de bovengenoemde zoutoplossing. We hebben 2 gram zout (NaCl) in 1,5 liter oplossing.

We rekenen eerst uit wat de molaire massa is van NaCl. Je hebt hiervoor de molaire masa’s van Na en Cl nodig. Die staan in je BiNaS in het periodiek systeem. De molaire massa van Na is +/- 23 g/mol en de molaire massa van Cl is +/- 35,3 g/mol. De molaire massa van NaCl is dus (23 + 35,5 =) 58,5 g/mol.

Met de molaire massa gaan we naar de hoeveelheid mol. Dat doen we door de massa te delen door de molaire massa: 2 / 58,5 = 0,034 mol NaCl.

We weten nu het aantal mol. We weten ook in hoeveel liter de stof is opgelost, de volume. De volume is 1,5 liter. Om de molariteit uit te rekenen delen we het aantal mol door de volume: 0,034 / 1,5 = 0,023 M (mol/L) NaCl. We hebben onze molaritiet gevonden!

De concentratie in g/L berekenen

Als we weten hoeveel mol van een stof we hebben opgelost in een oplosmiddel kunnen we ook de concentratie van die stof in g/L berekenen. Stel, we hebben 0,6 mol NaCl opgelost in 5 liter water. Wat is de concentratie in g/L?

We hebben eerst de molaire massa van NaCl nodig. Dat is ongeveer 58,5 g/mol. Als we het aantal mol vermenigvuldigen met de molaire massa krijgen we de massa: 0,6 mol NaCl x 58.5 g/mol = 35,1 g.

Om de concentratie te krijgen delen we het aantal gram door het aantal liter: 35,1 / 5 = 7,02 g/L.