De Bijlesstudent

Reactiesnelheid

Bijles Scheikunde HAVO

Wat is een reactiesnelheid?

De reactiesnelheid vertelt ons hoe snel een stof in een reactie wordt gevormd of omgezet. De reactiesnelheid is afhankelijk van heel veel verschillende factoren. We gaan reactiesnelheid aan je uitleggen aan de hand van het botsende-deeltjesmodel.

Het botsende-deeltjesmodel beschrijft hoe een reactie plaatsvindt. Tijdens de reactie botsen de deeltjes van de stoffen tegen elkaar. Slechts een deel van de botsingen leidt tot een reactie. Dit noem je effectieve botsingen. Hoe meer botsingen, hoe groter de kans op een reactie. Om voor meer botsingen te zorgen moeten de deeltjes sneller bewegen of moeten er meer deeltjes zijn. En, hoe meer botsingen, hoe sneller de reactie plaatsvindt. Klinkt logisch toch?

Hoe kunnen we dan voor meer botsingen zorgen?

We kunnen ten eerste de temperatuur verhogen, dan gaan de deeltjes sneller en heftiger bewegen. Omdat er meer botsingen zijn en de botsingen heftiger zijn, zal de reactiesnelheid toenemen.

Tip: Een reactie loopt 2 à 3 keer zo snel bij een 10 K temperatuurstijging.

Welke factoren beïnvloeden de reactiesnelheid?

We kunnen ook de concentratie verhogen. Hoe hoger de concentratie, hoe meer botsingen er plaats zullen vinden. Dan zal de reactiesnelheid ook hoger zijn.

Ook kunnen we kijken naar de verdelingsgraad. Als de stof fijner verdeeld is, heeft de stof een groter contactoppervlak. Dan zullen er meer botsingen plaatsvinden. Een fijnere verdeling zorgt dus voor een snellere reactie.

Als we de druk verhogen bij een reactie die in gasfase plaatsvindt zullen er ook meer botsingen plaatsvinden. Het aantal deeltjes blijft namelijk gelijk, maar, de ruimte waarin ze zitten wordt kleiner. De deeltjes komen dan dichter op elkaar te zitten en zullen daarom sneller botsen.

Natuurlijk beïnvloedt ook het soort stof wat we gebruiken ook de reactiesnelheid. Sommige stoffen reageren meer en sneller dan andere. In sommige gevallen hebben ook licht, geluid en straling invloed op de reactiesnelheid. Dit is slechts in een paar specifieke gevallen.

Activeringsenergie

We gaan het nu nog even kort hebben over activeringsenergie. Soms is er nog extra energie nodig om de reactie te laten verlopen. Je moet dan energie toevoegen op de overgangstoestand te bereiken. De overgangstoestand zit dus hoger dan zowel je begin- als je eindniveau.

Als je de temperatuur verhoogt is er minder activeringsenergie nodig om de overgangstoestand te bereiken. Dit komt omdat je het begin- en eindniveau verhoogt.  Als je een katalysator toevoegt, heb je minder activeringsenergie nodig. Een katalysator verlaagt namelijk de energie van de overgangstoestand.

Temperatuur verhogen en een katalysator toevoegen zorgen er dus beide voor dat de reactiesnelheid groter wordt.