De Bijlesstudent

Meervoud

Bijles Duits VMBO

Wat houdt het meervoud in het Duits in?

Eén appel, twee appels. Eén boom, twee bomen. Hoe weet je nou dat de één met een ‘s’ is en de ander een klinker (o) verliest en ‘en’ op het einde krijgt? Tsja, dat weet je gewoon. Ga de regels maar eens opzoeken, dat is vreselijk lastig in het Nederlands. 

Ook in het Duits zijn hier allemaal regels voor. Maar omdat Duits dus toch een logische taal is, kun je die regels begrijpen aan de hand van de verschillende geslachten van woorden, die je sowieso moet kennen. Mooi, dan hebben we eindelijk iets aan die woordgeslachten! Leer de vaste regel bij elk geslacht en dan per geslacht twee uitzonderingen, dan heb je meer dan 90% al goed.

Hoe maak ik het meervoud in het Duits?

Mannelijk

Mannelijke woorden herken je aan het lidwoord ‘der’. Bij Duitse woordjes leer je ook altijd welk lidwoord er aan vastzit: niet ‘Hund’, maar ‘der Hund’. Om mannelijke woordjes in het Duitse meervoud te zetten, plaats je een umlaut op de a, o of u en zet je ‘-e’ achter het zelfstandig naamwoord.

Voorbeelden: Der Stein => die Steine; Der Baum => die Bäume; der Arzt => die Ärzte; der Zug => die Züge.

Uitzondering 1: mannelijke woorden eindigend op ‘-en’, ‘-er’ of ‘-el’ krijgen geen uitgang.

Uitzondering 2: mannelijke woorden eindigend op ‘-e’ krijgen alleen een ‘n’ als uitgang.

Voorbeelden: (1) Der Esel => die Esel; Der Bäcker => die Bäcker; der Kuchen => die Kuchen. (2) Der Kunde => die Kunden; Der Löwe => die Löwen; Der Schwede => die Schweden.

Vrouwelijk

Je weet: woorden met het lidwoord ‘die’ zijn vrouwelijk in het Duits. Om hiervan meervoud te maken zet je, net als in het Nederlands, ‘-en’ achter het zelfstandig naamwoord.

Voorbeelden: Die Tür => die Türen. Die Prüfung => die Prüfungen. Die Frau => die Frauen.

Uitzondering 1: vrouwelijke woorden eindigend op ‘-e’, ‘-er’ of ‘-er’ krijgen alleen een ‘n’ als uitgang.

Uitzondering 2: vrouwelijke woorden eindigend op ‘-in’ krijgen ‘-nen’ als uitgang.

Voorbeelden:

(1) Die Katze => die Katzen; De Insel => die Inseln; => Die Schwester => die Schwestern.

(2) Die Freundin => die Freundinnen; Die Lehrerin => die Lehrerinnen; Die Prinzessin => die Prinzessinnen.

Onzijdig

Je weet: woorden met het lidwoord ‘das’ zijn onzijdig in het Duits. Om hiervan meervoud te maken, gebruik je de uitgang ‘-e’.

Voorbeelden: Das Papier => die Papiere; Das Heft => die Hefte; Das Gerät => die Geräte.

Uitzondering 1: Een onzijdig woord met de klinker a, o of u krijgt in het meervoud een umlaut en de uitgang ‘-er’.

Uitzondering 2: Onzijdige woorden eindigend op ‘-el’, ‘-er’ en ‘-en’ krijgen geen andere uitgang in het meervoud. Dit geldt ook voor woorden eindigend op ‘-lein’ en ‘-chen’. Deze woordjes kun je vergelijken met het verkleinwoord ‘-je’ in het Nederlands (plak ‘-lein’ en ‘-chen’ achter een woord om het kleiner te maken, bijv. ‘Kindchen’ en ‘Katzelein’.

Voorbeelden:

(1) Das Buch => die Bücher; das Dach => die Dächer; das Fach => die Fächer.

(2) Das Mädchen => die Mädchen; Das Kissen => die Kissen; das Zimmer => die Zimmer; Das Mittel => die Mittel; Das Büchlein => die Büchlein