De Bijlesstudent

L'imparfait

Bijles Frans VWO

Hoe wordt een imparfait gemaakt in het Frans?

De onvoltooid verleden tijd noem je in het Frans l’imparfait. In het Nederlands is de onvoltooid verleden tijd erg onregelmatig. De onvoltooid verleden tijd ziet er zo uit in het Nederlands:

Ik at, jij liep, wij wachtten

Gelukkig is de onvoltooid verleden tijd, l’imparfait, in het Frans heel regelmatig!

Om l’imparfait te vormen heb je de nous-vorm van een werkwoord nodig in de tegenwoordige tijd. Daar haal je -ons vanaf. Daar plak je weer een imparfait uitgang achter. Voilá! Makkie dus!

De imparfait uitgangen zijn:

  • Je …ais
  • Tu …ais
  • Il/elle/on …ait
  • Nous …ions
  • Vous …iez
  • Ils/elles …aient

Waar de puntjes staan zet je dus de nous-vorm in de tegenwoordige tijd -ons. Zo krijg je de imparfait!

Verschillende werkwoorden vervoegen in de imparfait

Laten we eens kijken naar hoe fermer wordt vervoegd in de imparfait.

je fermais

tu fermais

il/elle/on fermait

nous fermions

vous fermiez

iles/elles fermaient

Ook woorden die onregelmatig zijn, zijn makkelijk te vervoegen in de imparfait. Laten we eens kijken naar het werkwoord prendre. De nous-vorm in de tegenwoordige tijd is prenons. Prendre wordt als volgt vervoegd in de imparfait.

 je prenais

tu prenais

il/elle/on prenait

nous prenions

vous preniez

ils/elles prenaient

Ook avoir is makkelijk te vervoegen. De nous-vorm in de tegenwoordige tijd is avons.

je avais

tu avais

il/elle/on avait

nous avions

vous aviez

ils/elles avaient

Er is één uitzondering

Er is eigenlijk maar één geval waarbij we niet de nous-vorm in de tegenwoordige tijd nemen: être. Être vervoegen we zo:

j’étais

tu étais

il était

nous étions

vous étiez

ils étaient