De Bijlesstudent

Wederkerende werkwoorden

Bijles Frans VWO

Wat zijn wederkerende werkwoorden in de Franse taal?

Wederkerende werkwoorden heten in het frans les verbes pronominaux of les verbes réfléchis. Dit zijn werkwoorden waarbij de handeling wordt ‘gereflecteerd’ op de persoon (of de personen) die de handeling uitvoert. Ze drukken dus handelingen uit die iets of iemand op zichzelf ‘uitvoert’. In het Nederlands staat een vorm van ‘zich’ voor zulke werkwoorden. Afhankelijk van het onderwerp, krijgt de vorm van ‘zich’ een andere vorm.

            zich beseffen, zich uitsloven, ik vergis me, je schaamt je

 In het Frans werken les verbes pronominaux eigenlijk heel erg hetzelfde als wederkerende werkwoorden in het Nederlands. Voor les verbes pronominaux staat ‘se’ of een vorm van ‘se’.

In de tegenwoordige tijd vervoeg je een wederkerend werkwoord op dezelfde manier als een gewone werkwoord in de tegenwoordige tijd. Je moet wel het woordje ‘se’, het wederkerend voornaamwoord, aanpassen aan het onderwerp.

Persoonlijk voornaamwoord          Wederkerig voornaamwoord

je                                                                   me

tu                                                                   te

il/elle                                                              se

nous                                                              nous

vous                                                              vous

ils/elles                                                          se

Hoe pas je dit toe in de Franse taal?

We gaan kijken hoe we ‘se laver’ moeten vervoegen in de tegenwoordige tijd, le présent.

            Ik was me                   Je me lave

            Jij wast je                    Tu te laves

            Zij wast zich                Elle se lave

            Wij wassen ons          Nous nous lavons

            Jullie wassen je          Vous vous lavez

            Zij vergissen zich       Ils se lavent

 

De andere tijden vervoeg je ook gewoon zoals je gewend bent. Let er vooral goed op dat je het wederkerend voornaamwoord goed plaatst.

  • Présent Je me lave
  • Passé composé Je me suis lavé
  • Imparfait Je me lavais
  • Futur proche Je vais me laver
  • Futur simple Je me laverai

Dus let goed op!

Zoals je ziet, komt het wederkerend voornaamwoord dus na het persoonlijk voornaamwoord en voor het werkwoord.

Let op: begint het werkwoord met een klinker (a,e,i,o,u) of een stomme h? Gebruik m’, t’ of s’!

Wanneer er een ontkenning in de zin staat komt ne voor het wederkerend voornaamwoord en komt pas na het vervoegde werkwoord.

            Tu me surprends.

            Tu ne me surprends pas.