De Bijlesstudent

Het eindexamen op het VWO

Bijles Scheikunde VWO

Hoe ziet het eindexamen Scheikunde er uit?

Het centraal eindexamen van het vak scheikunde op het VWO heeft betrekking tot zes domeinen. Wij gaan de domeinen hieronder even langslopen en kort omschrijven wat er nou allemaal bij de domeinen hoort. Het eindexamen zal bestaan uit open vragen over de domeinen. Hieronder worden de eerste drie domeinen beschreven:

  • Stoffen en materialen in de chemie

Op het eindexamen moet je deeltjesmodellen beschrijven en gebruiken. Je moet weten hoe atomen en moleculen opgebouwd zijn. Ook moet je die deeltjesmodellen gebruiken om verschillende eigenschappen van stoffen en materialen te verklaren. Stoffen zijn op te delen in zuivere stoffen en niet zuivere stoffen: mengsels. Je kunt stoffen ook op delen in moleculaire stoffen, zouten, metalen of niet-metalen. Op het eindexamen wordt van je verwacht dat je van elke soort bepaalde eigenschappen kent. Ook moet je per soort begrijpen wat voor bindingen mogelijk zijn. Bij dit domein zal je veel aan je BiNaS hebben!

  • Chemische processen en behoudswetten

Bij dit domein moet je chemische reacties en fysische processen beschrijven. Lukt het om reactievergelijkingen op te stellen? En snap je ook hoe het zit met het vormen en verbreken van (chemische) bindingen? Je moet ook berekeningen kunnen maken over chemische processen met behulp van je kennis over chemische reacties en behoudswetten. Bij dit onderdeel is chemisch rekenen dus heel belangrijk. Je moet bijvoorbeeld kunnen rekenen aan concentraties en aan energieomzettingen. Ook moet je kunnen aangeven of er sprake is van evenwicht, berekeningen kunnen uitvoeren aan evenwichten, en kunnen verklaren hoe de ligging van een evenwicht kan worden beïnvloed. Weet jij al goed wat aflopende en omkeerbare reacties zijn?

  • Ontwikkelen van chemische kennis

Bij dit onderdeel moet je met behulp van je kennis van materialen en stoffen een keuze voor een bepaalde scheidings- en/of analysemethode formuleren en beoordelen. Er zijn verschillende manieren om stoffen te scheiden in een mengsel. Weet je bijvoorbeeld hoe filteren, centrifugeren, destilleren en extraheren werkt? Ook moet je weten hoe chromatografie, en in het bijzonder papierchromatografie en dunnelaagchromatografie, werkt. Bij dit domein hoort ook chemische synthese. Je moet goed weten wat polymerisatie is. Zorg er hierbij ook voor dat je weet wat thermoplasten en thermoharders zijn.

De laatste drie domeinen

  • Innovatie en chemisch onderzoek

Je moet hierbij in beschreven onderzoeken in de context van gezondheid, materialen of voedselproductie aangeven hoe kennis van chemische processen wordt gebruikt. Een ander belangrijk onderwerp is: selectiviteit en specificiteit. Structuurisomeren zijn stoffen met dezelfde molecuulformule, maar met een andere structuurformule. Zorg dat je van structuurisomeren de smelt- en kookpunten kunt opzoeken in je BiNaS. Zorg ook dat je ook weet wat cis-trans-isomeren en spiegelbeeldisomeren zijn en dat je met ze aan de slag kunt.

  • Industriële (chemische) processen

Bij dit domein gaat het erom dat je begrijpt hoe de industrie omgaat met chemische processen. Je moet industriële processen kunnen beschrijven in blokschema’s, hieraan berekeningen uitvoeren en voorstellen voor aanpassingen formuleren en beoordelen. Zorg dat je weet hoe een productieproces gebruikmaakt van reactoren, scheidingsinstallaties, warmtewisselaars en koelwater. Bij dit onderdeel is ‘groene chemie’ ook van belang. Je moet de ‘principes van groene chemie’ kunnen herkennen en relateren aan gerealiseerde, mogelijke en gewenste veranderingen van dergelijke processen en eenvoudige berekeningen uitvoeren. Bij dit domein hoort ook energieomzetting. Je moet begrijpen wat fossiele brandstoffen zijn en hoe generatoren werken. Neem ook de duurzamere brandstoffen biomassa en biodiesel goed door.

  • Maatschappij, chemie en technologie.

Bij dit domein moet je begrijpen hoe chemie in de maatschappij wordt geplaatst. Ook moet je de chemische processen in levende organismen beschrijven en kunnen gebruiken. Je moet onder andere weten dat eiwitten uit aminozuren bestaan en hoe enzymen processen in het lichaam sneller doen verlopen. Bij dit domein moet je ook milieueffectrapportages begrijpen en weten wanneer de overheid om zo’n rapportage vraagt. Ten slotte moet je weten hoe een kolencentrale en een aardgascentrale werkt. Je moet zulke energieomzettingen in de context van duurzaamheid kunnen beschrijven en kunnen beoordelen.