De Bijlesstudent

Zenuwcellen

Bijles Biologie HAVO

Wat zijn zenuwcellen?

Het perifere zenuwstelsel bestaat uit zenuwen. Zenuwen zijn bundels van zenuwuitlopers van zenuwcellen. Een ander woord voor zenuwcel is neuron.

Een neuron bestaat uit een celkern met uitlopers die met synaptische eindknopjes contact maakt met andere zenuwcellen. Door die synaptoshce eindknopjes kan er geleiding van impulsen plaatsvinden.

Geleiden van impulsen

Zenuwcellen zijn gespecialiseerd in het overbrengen van informatie (geleiden van impulsen) naar andere zenuwcellen maar ook naar spier- en kliercellen. Zenuwcellen ontvangen en geven impulsen door met behulp van uitlopers. Er zijn twee soorten uitlopers: dendrieten en axonen. Dendrieten zijn uitlopers die informatie ontvangen. Axonen zijn uitlopers die informatie doorgeven.

3 soorten neuronen

Er bestaan drie soorten neuronen: sensorische neuronen, motorische neuronen en schakelneuronen.

Sensorische zenuwcellen geleiden impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel. Je herkent ze aan het feit dat ze één lange uitloper (dendriet) hebben die impulsen ontvangt van de zintuigen en een korte uitloper (axon) hebben die impulsen doorgeeft aan schakel- en/of motorische zenuwcellen.

Motorische zenuwcellen geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar de spieren of klieren. Ze zijn eigenlijk het omgekeerde van sensorische zenuwcellen. Je herkent ze aan het feit dat ze korte uitlopers (dendriet) hebben die impulsen ontvangen van schakel- en/of sensorische zenuwcellen. Ze hebben één lange uitloper (axon) die contact maakt met een spier of met een klier.

Schakelzenuwcellen geleiden impulsen tussen zenuwcellen. De meeste schakelcellen bevinden zich in het centraal zenuwstelsel.

Er bestaan ook gemengde zenuwen. Die bevatten uitlopers van zowel sensorische als motorische zenuwcellen. In zulke zenuwen gaan impulsen dus beide kanten op.