De Bijlesstudent

Marktvormen

Bijles economie HAVO

Welke marktvormen zijn er?

In de economie zijn er verschillende marktvormen. Deze marktvormen verschillen van elkaar op basis van het aantal aanbieders, het aantal vragers, en soort van het product.

Een bekende marktvorm is een markt met volkomen concurrentie. Kenmerken van deze marktvorm is dat er veel aanbieders en vragers zijn, het is een homogeen goed (producten van alle aanbieders zijn identiek) en er is vrije toetreding. Een goed voorbeeld van een markt met volkomen concurrentie is de aandelenmarkt.

Monopolie en oligopolie

Een andere marktvorm is monopolie, hierbij is er 1 aanbieder en die beheerst tenminste 80% van de markt. Kenmerken van een monopolie zijn verder dat er veel vraag is en dat het product homogeen is. Een voorbeeld van een monopolie is NS, zij zijn de enige die reizen per trein aanbieden in Nederland. Er zijn verschillende soorten monopolies: wettelijke monopolie: bijvoorbeeld de staatsdrukkerij, alleen zij mogen bankbiljetten maken. Natuurlijk monopolie: handelen in bepaalde zeldzame grondstoffen, en economische monopolie in de vorm van octrooien.

Een andere marktvorm is oligopolie, hierbij zijn er enkele aanbieders waarvan een paar samen tenminste 80% van de markt beheersen. Kenmerken van een oligopolie zijn dat er enkele aanbieders zijn, veel vragers en een heterogeen goed. Een voorbeeld van een oligopolie is mobiele telefonie: je hebt verschillende aanbieders: T-mobile, Tele2, Hollandsnieuwe, Vodafone etc, die allemaal hun product onderscheiden van de andere aanbieders.

Monopolistische concurrentie

De laatste marktvorm is monopolistische concurrentie, hierbij zijn er veel aanbieders, veel vraag en zijn de goederen heterogeen. Een voorbeeld van monopolistische concurrentie is een kledingwinkel. Binnen een monopolie blijven consumenten binnen bepaalde grenzen ‘hun bedrijf’ trouw, zo zie je vaak dat mensen een lievelingswinkel of een lievelingsmerk hebben waarbij ze kleding kopen. Reclame is binnen deze branche belangrijk omdat andere producenten producten aanbieden die er erg op lijken: alle kledingwinkels verkopen kleding. Er is bij monopolistische concurrentie dus veel keuzemogelijkheid voor de consument.

  • Tankstations ⇒ oligopolie (verschillende soorten tankstations, heterogeen goed)
  • Mobieltjes ⇒ oligopolie (verschillende soorten mobieltjes)