De Bijlesstudent

L'adjectif: de basisregels

Bijles Frans HAVO

Wat is de adjectif in het frans?

L’adjectif is in het Nederlands het bijvoeglijk naamwoord. Bij l’adjectif komt wat meer kijken dan bij het bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands. L’adjectif kan er namelijk heel verschillend uitzien en staat niet altijd op dezelfde plek in de zin. Ingewikkeld? Geen stress! Wij gaan het aan je uitleggen.

L’adjectif kan er verschillend uitzien omdat l’adjectif zich aanpast aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Gaat het om een mannelijk zelfstandig naamwoord? Dan wordt l’adjectif mannelijk. Gaat het om een vrouwelijk zelfstandig naamwoord? Dan wordt l’adjectif vrouwelijk. Staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud? Dan komt l’adjectif ook in het meervoud te staan. Dat doen we als volgt.

  • Is het zelfstandig naamwoord mannelijk en enkelvoudig? Dan blijft het bijvoeglijk naamwoord onveranderd.

            le pantalon bleu

  • Is het zelfstandig naamwoord mannelijk en meervoudig? Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord een extra –s.

            deux pantalons bleus

  • Is het zelfstandig naamwoord vrouwelijk en enkelvoudig? Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord een extra –e.

            la jupe bleue

  • Is het zelfstandig naamwoord vrouwelijk en meervoudig? Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord een extra –es.

            les robes bleues

Wanneer gebruiken we de adjectif?

Hoe weten we nou waar l’adjectif hoort te staan in de zin? L’adjectif komt altijd direct voor of direct na het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. In de meeste gevallen komt l’adjectif achter het zelfstandig naamwoord te staan. Sommige adjectifs komen altijd voor het zelfstandig naamwoord te staan. Leer goed uit je hoofd welke dat zijn. Komen ze dan!

bon                             goed

beau                           mooi

joli                              mooi/leuk

haut                            hoog

long                            lang

petit                            klein

jeune                          jong

vieux                          oud

grand                          groot

gros                            dik

mauvais                     slecht

méchant                     slecht/ gemeen

nouveau                     nieuw

autre                           ander

large                           breed

Probeer zelf de volgende zinsdelen te vertalen.

  1. De mooie bloemen.
  2. De oranje kat.
  3. Een groot huis.
  4. De Franse vrouw.
  5. De blije student.

De antwoorden

Antwoorden:

  1. Les belles fleurs.
  2. Le chat orange.
  3. Une grande maison.
  4. La femme française.
  5. Les filles sportives.

Er zijn veel bijvoeglijke naamwoorden waarbij we nog net wat extra regels moeten kennen om de vrouwelijk vorm te maken in het Frans. Check onze uitleg over L’adjectif vrouwelijk maken, de uitzonderingen!

Daarnaast zijn er vijf bijvoeglijke naamwoorden die helemaal onregelmatig zijn. Check onze uitleg over beau, fou, mou, nouveau en vieux!