De Bijlesstudent

Le passé composé

Bijles Frans HAVO

Wat is le passé composé?

In het Nederlands betekent le passé composé de voltooid tegenwoordige tijd. De voltooid tegenwoordige tijd bestaat uit twee woorden: een hulpwerkwoord in de tegenwoordige tijd en een voltooid deelwoord. We gebruiken vaak een vorm van ‘hebben’ of ‘zijn’ als hulpwerkwoord. In het Nederlands ziet dat er bijvoorbeeld zo uit: ik heb gelopen, ik ben geworden, zij hebben gespeeld, wij zijn vergeten. 

Je doet hetzelfde in het Frans. Je vormt le passé composé met een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord. In het Frans gebruik je altijd een vorm van ‘être’ (zijn) of ‘avoir’ (hebben) als hulpwerkwoord. Dus: le passé composé = avoir/être + voltooid deelwoord.

Bij de meeste voltooid deelwoorden gebruik je avoir als hulpwerkwoord. De werkwoorden waarbij je être gebruikt staan in het être-huis hieronder. Houd aan het begin van het oefenen van le passé composé het huis er bij, maar probeer wel uit je hoofd te leren welke woorden allemaal in het être-huis staan.

Schermafbeelding 2021 02 02 Om 10.19.20

De hulpwerkwoorden être en avoir

Bij être kan er een uitgang achter het voltooid deelwoord komen te staan. Dit is afhankelijk van het onderwerp.

  • Als het onderwerp mannelijk enkelvoud is: geen extra uitgang
  • Als het onderwerp vrouwelijk enkelvoud is: +e
  • Als het onderwerp mannelijk is: +s
  • Als het onderwerp vrouwelijk meervoud is: -es

Laten we het werkwoord arriver nemen als voorbeeld. 

Je suis arrivé(e)

Tu es arrivé(e)

Il est arrivé, Elle est arrivée, On est arrivé(e)

Nous sommes arrivé(e)s

Vous êtes arrivé(e)s

Ils sont arrivés, elles sont arrivées

 

Als het hulpwoord avoir is komt er geen extra uitgang achter het voltooid deelwoord. We nemen het werkwoord changer als voorbeeld.

J’ai changé

Tu as changé

Il/elle/on a changé

Nous avons changé

Vous avez changé

Ils/elles changé

Hoe maak je een voltooid deelwoord?

Help! Dat gaat over het algemeen zo:

  • Werkwoorden eindigend op -er eindigen als voltooid deelwoord op é.

changer, changé

  • Werkwoorden eindigend op -ir eindigen als voltooid deelwoord op i.

partir, parti

  • Werkwoorden eindigend op -re eindigen als voltooid deelwoord op u.

perdre, perdu

  • Werkwoorden eindigend op -evoir eindigen als voltooid deelwoord op u.

recevoir, reçu