De Bijlesstudent

Ongeldige argumenten: drogredenen

Bijles Nederlands HAVO

Soorten drogredenen

Bij een drogreden klopt er iets niet in de argumentatie. Hoewel mensen soms per ongeluk gebruik maken van drogreden, worden drogredenen vaak gebruikt om de lezer of luisteraar te manipuleren. Leer alle drogredenen goed uit je hoofd voor het eindexamen. We zullen ze hieronder even alle drogreden aan je uitleggen. 

1. Onjuiste beroep op autoriteit

In zo’n geval wordt iemand aangehaald, vaak een bekend persoon, die niet deskundig is.

Als je je niet warm aankleedt, word je verkouden. Dat zegt mijn moeder altijd.

2. Persoonlijke aanval

Bij een persoonlijke aanval wordt iemand gekleineerd of wordt er echt op de man gespeeld zonder dat er echt inhoudelijke argumenten worden aangedragen.

3. Ontduiken bewijslast

In zo’n situatie wordt er gedaan alsof het standpunt vanzelf spreekt. Er wordt dan geen moeite gedaan om om het standpunt te beargumenteren.

Andere soorten drogredenen

4. Overhaaste generalisatie

Hierbij wordt een algemene uitspraak gedaan op basis van te weinig gegevens. Er wordt dan op basis van één voorval een conclusie die voor alle voorvallen geldt.

5. Dooddoener

Dit is simpelweg een nietszeggend argument.

6. Valse vergelijking

Hierbij worden dingen met elkaar vergeleken die niet met elkaar te vergelijken zijn.

7. Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

Hierbij wordt een oorzaak-gevolgrelatie gebruikt die eigenlijk niet bestaat.

8. Cirkelredenering

Bij een cirkelredenering zijn het argument en het standpunt gelijk aan elkaar. Je herhaalt dan eigenlijk gewoon het standpunt maar in andere woorden.

Nog meer drogredenen...

9. Vertekenen van een standpunt

Hierbij wordt het standpunt van de ander opzettelijk verdraaid.

10. Bespelen van het publiek

Bij het bespelen van het publiek wordt een afwijkende mening geprobeerd voorkomen te worden.

11. Beroep op traditie

Dit gebeurt als men ervan uitgaat dat wat vroeger werkte nu nog steeds werkt.

12. Vals dilemma

Bij een vals dilemma wordt de indruk gewekt dat er gekozen dient te worden tussen twee opties die beiden niet ideaal zijn, terwijl er eigenlijk ook andere opties zijn.

13. Onjuist beroep op een kenmerk of eigenschap

Hierbij worden bepaalde kenmerken of eigenschappen overdreven terwijl andere worden genegeerd.

14. Opzettelijke overdrijving

Hierbij worden de voor- en nadelen van een situatie wat uit proportie getrokken.