De Bijlesstudent

Polymeren en monomeren

Bijles Scheikunde HAVO

Wat zijn polymeren en monomeren?

Monomeren zijn kleine moleculen. Polymeren zijn macromoleculen die ontstaan door een aaneenschakeling van vele kleinere moleculen, de monomeren. Polymeren kunnen ontzettend lang zijn. Ze bestaan vaak zelfs uit duizende monomeren.

Een monomeer is een eenvoudig en relatief klein molecuul. Mono betekent namelijk één. Wanneer twee monomeren aan elkaar vast worden gemaakt ontstaat een dimeer. Logisch, want di betekent twee. Als je meer dan twee monomeren samenvoegt krijg je een polymeer. Poly betekent veel. Je hebt dus veel monomeren aan elkaar.

Polymeren kunnen op verschillende manieren ontstaan. We gaan kijken naar condensatie- en additiepolymerisatie.

Condensatiepolymerisatie en esterbinding

Bij condensatiepolymerisatie wordt een kleiner molecuul afgescheiden nadat twee grotere moleculen met elkaar zijn gebonden. Er ontstaat dus een extra reactieproduct. Dat is vaak water. Voor condensatiepolymerisatie zijn twee reactieve groepen nodig. Het gaat hierbij om een alkaanzuur met een alkanol of een alkaanamine. We hebben dus met enkele bindingen te maken.

Wanneer een binding ontstaat tussen een alcohol- en zuur-monomeer, kunnen we bijvoorbeeld spreken van een esterbinding, met als extra reactieproduct water. De ketens van monomeren met esterbindingen wordt dan een polyester genoemd. Er kunnen ook amidebindingen ontstaan tussen een amine- en zuur-monomeer, met als extra reactieproduct water. Deze ketens monomeren met amidebindingen wordt dan een polyamide genoemd.

Additiepolymerisatie

Bij additiepolymerisatie worden moleculen aan elkaar gebonden. Voor additiepolymerisatie is een dubbele of drievoudige binding noodzakelijk. We hebben hiervoor dus een alkyn of een alkeen nodig. Bij additiepolymerisatie ontstaat geen extra reactieproduct. De moleculen binden aan elkaar namelijk doordat een dubbele of drievoudige binding uit een molecuul van een koolstofverbinding verdwijnt. De dubbele (of drievoudige) binding springt open. Het atoom dat eerst de dubbele binding had, kan daardoor een binding met een ander atoom aangaan. Om die reden ontstaat er geen extra reactieproduct.