De Bijlesstudent

Ademhaling

Bijles Biologie VMBO

Hoe neemt ons lichaam zuurstof op?

We weten allemaal dat we zuurstof nodig hebben om te leven. Maar hoe neemt ons lichaam nou eigenlijk zuurstof op? We hebben energie nodig. Zonder energie kan ons lichaam niks. Om energie te verkrijgen, vindt een verbrandingsreactie plaats.

Hierbij verbrandt het lichaam voedingsstoffen die we hebben ingenomen. Voor die verbrandingsreactie is zuurstof nodig. We krijgen zuurstof binnen als we inademen. Bij de verbranding komt er koolstofdioxide vrij. Dat ademen we weer uit. We wisselen zuurstof en koolstofdioxide uit in onze longen.

Luchtwegen

Het ademhalingsstelsel bestaat niet alleen uit de longen, maar ook uit de luchtwegen. Je kunt de luchtwegen zien als de weg die lucht aflegt als het van de omgeving naar je longen gaat. Lucht komt binnen bij je neus of mond. Het klinkt misschien gek maar er zijn voordelen verbonden aan door je neus ademen. Wanneer je door je neus ademt worden grote stofdeeltjes tegengehouden door je neusharen. Ook wordt de lucht wat warmer en vochtiger door het slijmvlies in je neus. Het slijmvlies bestaat uit de slijmlaag en de trilhaartjes. De slijmlaag houdt ziekteverwekkers tegen doordat de ziekteverwekkers daar blijven plakken. Trilhaartjes op het slijmvlies zorgen er dan voor dat die ongewenste deeltjes in je mond terecht komen. Als je ze doorslikt worden bacteriën gedood in je maag. Wanneer je door je mond ademt is het lucht minder warm, minder vochtig en minder gezuiverd.

Keelholte

Daarna gaat lucht, net als eten, door je keelholte. Om ervoor te zorgen dat er geen voedsel in de luchtpijp komt, sluit het strotklepje in de keelholte de luchtpijp af tijdens het slikken. Lucht stroomt daarna door je luchtpijp. De luchtpijp vertakt zich in twee bronchiën die de longen in gaan. Er is ook een slijmvlies in de luchtpijp en in de bronchiën. Die zorgt, net als de slijmvlies in de neusholte, ervoor dat de lucht verwarmd en gezuiverd wordt.

De bronchiën vertakken zich verder in steeds kleinere vertakkingen. De kleinste vertakkingen komen uit op longblaasjes. In de longblaasjes vindt de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide plaats