Bezittelijk voornaamwoorden / possessive pronouns

Bijles Engels VMBO

Wanneer worden bezittelijk voornaamwoorden gebruikt?

Bezittelijk voornaamwoorden worden gebruikt om aan te geven dat iets een bezit is. In het Engels zijn er twee verschillende soorten van bezittelijk voornaamwoorden; bijvoeglijk gebruikte bezittelijk voornaamwoorden en zelfstandige bezittelijk voornaamwoorden.

Een bijvoeglijk gebruikt bezittelijk voornaamwoord staat voor het object/onderwerp waar het iets over vertelt. Bijvoorbeeld: ‘That is your car, right?’. Het gebruikt bezittelijk voornaamwoord your, staat voor datgene waar het over gaat: car.

Een gebruikt bezittelijk voornaamwoord hoeft niet altijd voor het onderwerp/object te staan. Bijvoorbeeld: ‘I forgot to buy eggs, can I borrow yours?

Welke bezittelijk voornaamwoorden zijn er?

Bezittelijk voornaamwoorden:

                                                                                             zelfstandig                          bijvoeglijk gebruikt

Me

Mine

My

You

Yours

Your

Him/Her/It

His/Hers/-

His/Her/Its

We

Ours

Our

You

Yours

Your

They

Theirs

Their

Maar wanneer gebruik je its en wanneer it’s?

Its betekent dat iets van iemand is, het is een bezittelijk voornaamwoord. Dit kun je ook zien in de tabel hierboven.

Maar it’s is eigenlijk de afkorting van it has of it is, bijvoorbeeld: ‘It’s finally summer’ of ‘It’s finally official that I will get the job’.