De Bijlesstudent

Het eindexamen NaSk op het VMBO

Bijles NaSk VMBO

Waaruit bestaat het NaSk eindexamen?

Zowel bij NaSk 1 als NaSk 2 worden op het eindexamen open vragen afgewisseld met meerkeuzevragen. Op het eerste gedeelte van deze pagina zullen we je alle belangrijke informatie geven over het eindexamen van NaSk 1. In het tweede gedeelte gaan we het hebben over NaSk 2.

NaSk 1 examen

Bij NaSk 1 zal je bij een aantal vragen berekeningen moeten uitvoeren. Deze rekenvragen kunnen over allerlei onderwerpen gaan, aangezien je bij NaSk 1 bij bijna elk onderwerp wel berekeningen moet maken. Je kunt bijvoorbeeld denken aan het berekenen van een kracht, de arbeid, het vermogen of de stroomsterkte op een bepaald punt binnen een stroomkring. Je moet de juiste formule in de juiste situatie toe kunnen passen. Stel dat je het vermogen uit moet rekenen bij een vraag waarbij een stroomsterkte en spanning gegeven zijn, dan moet je weten dat je de formule P = U x I hiervoor kunt gebruiken. Alle verschillende formules die je tot je beschikking hebt, hoef je niet allemaal uit je hoofd te kennen. Je kunt ze namelijk terugvinden in de BINAS. Maak hier dan ook zeker gebruik van op het eindexamen! Behalve voor formules, moet je de BINAS soms ook voor andere zaken gebruiken op het eindexamen. Soms moet je informatie uit een bepaalde tabel halen en dan staat het tabelnummer vaak aangegeven in de desbetreffende opgave.


Verder moet je ook goed kunnen redeneren aan de hand van de opgedane kennis tijdens het leren voor je eindexamen. Je weet bijvoorbeeld dat een versnelling de toename van het de snelheid (in m/s) is per tijdseenheid (s). Op het moment dat je een tabel ziet waarbij de snelheid per tijdseenheid niet constant toeneemt, dan moet je kunnen inzien dat er dan geen sprake is van een eenparig versnelde beweging. Een ander voorbeeld is dat je kunt beredeneren waarom een bepaalde energieomzetting duurzaam is. Je moet dan eerst bedenken wanneer een energieomzetting überhaupt duurzaam is en deze kennis moet je dan kunnen toepassen op de situatie in de opgave.

NaSk 2 examen

Bij NaSk 2 moet je bij sommige opgaven ook berekeningen uitvoeren. Het gaat dan met name om chemisch rekenen, waarbij je moet rekenen met massaverhoudingen. Bij zo’n type vraag kun je denken aan het uitrekenen hoeveel gram stof Z maximaal kan ontstaan als je 15 gram stof X en 20 gram stof Y in een reactievat hebt en die met elkaar wil laten reageren. Je moet dan tevens rekening houden met een eventueel aanwezige overmaat. Ook zal je formules van ionen moeten kunnen opstellen. Stel je krijgt de formule van kunstmest, Ca(H2PO4)2, gegeven. Deze stof is opgebouwd uit calciumionen en diwaterstoffosfaationen. 

Je moet dan kunnen uitrekenen wat de formule van het diwaterstoffosfaation is. De formule hiervan is H2PO4, dus het gaat om een ion met een lading van 1-. Omgekeerd moet je ook kunnen benoemen hoe bepaalde stoffen heten. Zo zou je omgekeerd moeten kunnen benoemen wat de juiste naam is van het ion “H2PO4”. De naam hiervan is het diwaterstoffosfaation. Bij NaSk2 moet je ook reactievergelijkingen kunnen opstellen en deze kloppend maken. Sommige vragen op het eindexamen kan je beantwoorden door de theorie goed geleerd te hebben, omdat in deze vragen algemene kennis wordt getoetst. Een voorbeeld van algemene kennis is dat je kunt benoemen waaruit schuim bestaat. Je moet dan weten dat schuim een gas, fijn verdeeld in een vloeistof is. Andere vragen gaan verder dan algemene kennis en je moet dan goed beredeneren voordat je tot het juiste antwoord komt. Zo moet je kunnen beredeneren welk deeltje als base reageert in een bepaalde reactievergelijking. Je moet dan eerst je goed beseffen dat een base een H+ opneemt en dan moet je vervolgens nog goed in de reactievergelijking kijken welk deeltje dit doet.

Ook bij NaSk 2 heb je veel aan de BINAS. Je kunt hier van alles in terugvinden, zoals de formule van bepaalde deeltjes, de atoommassa’s en dichtheden. Bij sommige opgaven staat genoemd welke tabel je kunt gebruiken.