De Bijlesstudent

Wat is DNA?

Bijles Biologie VWO

DNA is een soort code

Alle erfelijke informatie van je lichaam zit in het DNA opgeslagen. Alle cellen van alle organismen bevatten DNA. DNA is een soort code. De code wordt door je lichaam heel precies afgelezen om zo biologische processen in gang te zetten.

DNA bestaat uit een dubbele streng nucleotiden. Het heeft een herkenbare dubbele helixvorm. Het lijkt eigenlijk een beetje op een wenteltrap. De nucleotiden zijn de bouwstenen van DNA. In de volgorde van die nucleïnebasen ligt erfelijke informatie opgeslagen. DNA ligt weer in de chromosomen opgeslagen.

Er is veel materiaal. Dat materiaal wordt handig, strak opgerold en zeer compact opgeslagen in de chromosomen. Als je al jouw DNA, van al jouw cellen, naast elkaar zou zetten zou je DNA 600 keer naar de zon en terug kunnen.

Mensen hebben 46 chromosomen. Het totaal aan al jouw erfelijke eigenschappen liggen dus opgeslagen in die 46 chromosomen. Die 46 chromosomen zitten in elke lichaamscel.

Nucleïnebasen

Een nucleotide bevat een monosacharide, een fosfaatgroep en een nucleïnebase. Nucleïnebasen zijn stikstofbasen die paarsgewijs aan elkaar verbonden zijn op de twee DNA strengen. Beide strengen worden aan elkaar ‘gepaard’ met behulp van waterstofbruggen. Dit noemen we basenparing. Er zijn vier maar nucleïnebasen: adenine, thymine, guanine, cytosine. Er zijn vaste paren. Adenine staat altijd tegenover thymine en andersom. Guanine staat altijd tegenover cytosine en andersom.

DNA-sequentie

Zoals we net zeiden ligt erfelijke informatie in de volgorde van die nucleïnebasen opgeslagen.

Er zijn talloze combinaties. De volgorde van de nucleïnebasen kun je ook wel zien als de ‘taal’ waarin de genetische code is geschreven. We hebben het dan over DNA-sequentie. Een set van drie opeenvolgende basen noemen we een codon.

Zo’n codon zorgt ervoor dat er een aminozuur wordt aangemaakt. Het bepaalt om welk van de 20 aminozuren, die je lichaam kan aanmaken, het gaat. Groepjes van codons achter elkaar bepalen de volgorde van die aminozuren in een eiwit.