De Bijlesstudent

Nach, In & Zu

Bijles Duits VWO

Wat houdt Nach, In & Zu in?

Net zoals Duitsers geen genoegen nemen met een simpel lidwoord, zoals ze ‘de’ vertalen met der, die, das, den, demen noem maar op, kunnen ze grammaticaal op meer manieren dan wij ‘ergens heengaan’. ‘Nach’, ‘in’ en ‘zu’ betekenen namelijk allemaal ‘naar’. Dus gaan we in, nach of zu de bioscoop? Wanneer gebruik je welke en hoe moet je ze vervoegen? Dat lees je allemaal hier beneden!

Hoe worden Nach, In en Zu gebruikt?

Nach

Je gebruikt ‘nach’ als je naar een land, stad of windrichting gaat: ‘Ich gehe nach Frankreich’; ‘Ich fahre nach Paris’; ‘Ich gehe nach Norden’. Tenslotte gebruik je ‘nach’ als je naar huis gaat: ‘Ich gehe nach Hause’.

Zu

‘Zu’ gebruikt je als je ergens naartoe gaat, in de zin van onderweg-zijn. ‘Zu’ zeg je als je ergens heen gaat, bijvoorbeeld de bakker (Ich gehe zur Bäckerei), maar niet als je ergens echt binnenkomt, want dan gebruik je ‘in’ (Ich gehe in die Bäckerei).

Voorbeelden: Ich fahre zu der Kirche; Ich gehe zu meinem Freund; Ich gehe zu der Schule.

In

Als je ergens ook echt naar binnen gaat, bijvoorbeeld de bioscoopzaal, of als je ergens middenin staat, bijvoorbeeld in de sneeuw, gebruik je ‘in’: ‘Ich gehe ins Kino’; ‘Ich gehe in den Schnee’. Nu ben je er dus echt ‘in’, als je ‘zu’ zegt ben je alleen nog onderweg.

Verder gebruik je ‘in’ als je naar een land gaat dat een vast lidwoord krijgt in het Duits. ‘Turkije’ vertaal je bijvoorbeeld altijd als ‘die Türkei’. Dan wordt het: ‘Ich gehe in die Türkei’.

Voorbeelden: Ich fahre in den Schwarzwald; Ich fahre in die Tschechische Republik; Wir fahren in die Stadt; Ich bin in der Metzgerei