De Bijlesstudent

Het eindexamen Engels op het VWO

Bijles Engels VWO

Wat moet je weten voor het Engels eindexamen VWO?

Alhoewel het bij het eindexamen eigenlijk alleen maar om leesvaardigheid draait, sommen we graag nog op welke belangrijke onderwerpen bij het vak Engels horen. Voorbeelden van deze onderwerpen zijn: past perfect, signaalwoorden, onbepaald voornaamwoorden maar ook tips voor luistertoetsen en leestoetsen. We hopen dat jullie hier veel aan hebben, good luck!

Het Engels eindexamen op het VWO is een examen waar kennis wordt getoetst op basis van leesvaardigheid. Voor het domein leesvaardigheid is het belangrijk dat:

  • De leerling aan kan geven welke informatie belangrijk/relevant is.
  • De leerling de hoofdgedachte van een tekst kan aangeven.
  • De leerling de betekenis van belangrijke elementen van een tekst kan aangeven.
  • De leerling relaties tussen delen van een tekst kan aangeven.
  • De leerling kan conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur.

Wat moet een leerling qua Engels beheersen?

Het niveau van het eindexamen Engels wordt ingeschat als een C1 examen. Het beheersingsniveau van Engels C1 is:

  • De leerling kan lange en complexe feitelijke en literaire teksten begrijpen, en het gebruik van verschillende stijlen herkennen. De leerling kan specialistische artikelen en lang technische instructies begrijpen (zelfs wanneer deze geen betrekking hebben op het eigen terrein).

Verschillende vormen van lezen moeten worden beheerst door de leerling om het VWO Examen voldoende te kunnen maken:

  • Correspondentie lezen: de leerling kan alle correspondentie begrijpen, met enkele keer behulp van een woordenboek.
  • Oriënterend lezen
  • Lezen ter informatie en argumentatie: de leerling kan complexe teksten begrijpen, fijnere details herkennen zoals houdingen en meningen, en kan met gemak literaire teksten lezen.
  • Instructies lezen: de leerling kan lange complexe instructies begrijpen.

 

Vraagvormen

Het centrale examen voor VWO Engels bestaat uit vragen en opdrachten van de vorm:

  • meerkeuzevragen
  • voorgestructureerde vragen (in/aanvul vragen, combinatie/matching vraag, beweringen vraag en ordeningsvraag (in chronologische volgorde zetten)
  • citeer vragen
  • open vragen (kort antwoord vragen waarbij de leerling zelf in het Nederlands zijn/haar antwoord moet formuleren, tenzij anders is aangegeven).

Het eindexamen zal voor ongeveer 60% bestaan uit meerkeuzevragen, de andere vraagvormen ongeveer 40%.Aantal teksten

Het aantal teksten in het centraal examen kan variëren van 10 tot 16 teksten.

Diversiteit

Verschillende soorten teksten en thema’s worden nagestreefd in elk centraal examen. Voorbeelden van tekstsoorten zijn o.a: advertenties, krantenartikelen, nieuwsberichten, brieven, e-mails, recensie, review, passage uit literaire tekst etc.