De Bijlesstudent

Le participe présent

Bijles Frans VWO

Le participe présent, wat is het en hoe wordt het gebruikt?

Le participe présent in het Frans is in het Nederlands het onvoltooid deelwoord. Le participe présent lijkt een beetje op le présent. Het verschil is dat le présent alle gebeurtenissen aanduidt die in de tegenwoordige tijd plaatsvinden en le participe présent specifieker is. Bij le participe présent gaat het echt om iets dat nu, op dit moment, plaatsvindt. Je herkent le participe présent aan de uitgang op -ant.

Je vormt le participe présent door de nous-vorm van het werkwoord in de tegenwoordige tijd te nemen -ons +ant.

nous fermons                         fermant

nous voyons                          voyant

nous voulons                         voulant

nous pouvons                        pouvant

Let op! Er zijn drie werkwoorden die een onregelmatig onvoltooid deelwoord hebben: savoir en sachant, être en étant, avoir en ayant

Wat is het verschil tussen le participe présent en le gérondif?

Je gebruikt het onvoltooid deelwoord, le participe présent, om iets te zeggen over een zelfstandig naamwoord. Le gérondif lijk heel erg op le participe présent. We gaan nu kijken naar het verschil tussen de twee.

Het verschil is dat je le gérondif gebruikt je als beide zinsdelen, hoofdzin en bijzin, hetzelfde onderwerp hebben en als de acties in beide zinsdelen gelijktijdig. Je herkent het gérondif omdat er ‘en’ voor het onvoltooid deelwoord staat. Kijk eens goed naar de volgende zinnen.

J’ai vu une vache traversant la rue.

Deze zin heeft een participe présent. Je weet dus dat traversant op iets in de bijzin slaat, une vache, en niet het onderwerp van de hoofdzin. Je vertaalt de zin dus zo: Ik zag een koe de straat oversteken.

J’ai vu une vache en traversant la rue.

Deze zin heeft een gérondif. Je weet dus dat en traversant wat zegt over het onderwerp in de zin. Het zegt dus wat over j’ai vu. Je vertaalt de zin dus zo: Ik zag een koe toen ik de straat overstak. In le gérondif vinden dus twee werkwoorden tegelijk plaats.

Nog een voorbeeld!

Laten we naar een tweede voorbeeld kijken.

Je l’ai vu achetant des fruits.

In deze zin staat een gewone participe présent. Achetant slaat op de bijzin, dus op le. Je vertaalt de zin zo: Ik zag hem fruit kopen.

Stel dat er dus een gérondif had gestaan:

Je l’ai vu en achetant des fruits.

Omdat de zin in le gérondif staat, weet je dat het onderwerp in de hoofd- en bijzin hetzelfde is. Je moet dan de zin vertalen als: Ik zag hem terwijl ik fruit kocht.