De Bijlesstudent

Zinnen vragend maken

Bijles Frans VWO

Op welke manier maak je zinnen vragend?

Hoe stel je een vraag in het Frans? Het is gelukkig eenvoudiger dan je denkt. In principe zijn er vier manieren, waarvan er twee heel simpel zijn.

We gaan met de makkelijkste manier beginnen. De eerste manier is namelijk om gewoon een vraagteken achter de zin te plakken.

            Tu cours tous les matins. (Jij loopt hard elke ochtend.)

            Tu cours tous les matins? (Loop jij hard elke ochtend?)

Als je zo’n vraagzin uitspreekt moet je wel in een vragende toon spreken. Je stem gaat dan aan het einde van de zin omhoog. Oefen maar eens hardop.

Je kunt ook ‘est-ce que’ voor de zin plakken. Verder verandert de woordvolgorde ook niet. ‘Est-ce que’ betekent grofweg “is het zo dat …”. “Est-ce que tu cours tous les matins?” betekent dus “Is het zo dat je elke ochtend hardloopt” of “Loop je elke ochtend hard?”

Als laatste, kun je een zin ook vragend maken door de woordvolgorde te veranderen. Je moet dan het onderwerp en de persoonsvorm omwisselen en er een streepje tussen zetten. Dit noemen we inversie. “Cours-tu tous les matins?” Eindigt het werkwoord op een klinker en het onderwerp is il(s) of elle(s), dan komt er een t tussen de persoonsvorm en het onderwerp. “Aime-t-elle le sport?”

Zinnen vragend maken met behulp van vraagwoorden

Je kunt ook vragende zinnen vormen met behulp van vraagwoorden. Dat zijn les mots interrogatifs. Denk hierbij aan de woorden comment, quand, qui, où, combien, pourquoi, que, quel(s) en quelle(s). Zinnen met vraagwoorden kun je ook weer op drie manieren opschrijven.

1. Zin + vraagwoord

Tu fais du sport quand?

2. Vraagwoord + est-ce que + zin

Quand est-ce que tu fais du sport?

3. Vraagwoord + inversie         

Quand fais-tu du sport?