De Bijlesstudent

Chemisch evenwicht

Bijles Scheikunde VWO

Wat is chemisch evenwicht?

Er zijn twee soorten reacties: aflopende reacties en evenwichtsreacties. Bij een aflopende reactie raakt een van de stoffen in de reactie op. Dan stopt de reactie.

Bij chemisch evenwicht is er sprake van een chemische reactie die beide kanten op werken. De deeltjes van alle deelnemende stoffen blijven aanwezig. De reactie eindigt niet. Je hebt het dan over een onvolledige omzetting. Dit noemen we een evenwichtsreactie. Evenwicht betekent niet dat er aan de linker- en rechterkant van de pijl even grote hoeveelheden van stoffen zijn. Als er evenwicht is, blijven de concentraties van de stoffen dus constant. De hoeveelheid stoffen aan de linker- en rechterkant zijn niet hetzelfde, maar ze blijven dus gelijk.

Je hebt bij een evenwichtsreactie te maken met een dubbele pijl in plaats van een enkele. Uit de reactieproducten worden namelijk steeds weer beginstoffen gevormd en andersom.

Let op: Evenwichtsreacties vinden alleen plaats bij reacties met vloeibare en gasvormige stoffen. Zo’n reactie moet plaatsvinden in een afgesloten ruimte. Als de ruimte niet afgesloten is kan een vloeistof of gas ontsnappen. Dan kunnen de concentraties natuurlijk nooit gelijk blijven.

Hoe stel je de evenwichtsconstante op?

De evenwichtsconstante K geeft aan in welke verhouding de verschillende stoffen aanwezig zijn in evenwicht.

Tip: K is alleen afhankelijk van temperatuur

We zullen hieronder aan je laten zien hoe je K opstelt.

Een evenwichtsreactie heeft de volgende vorm: a A + b B ⇄ c C + d D

K noteer je dan zo:

schermafbeelding 2021 02 23 om 14.32.53

Een paar tips!

Tip: Sommige evenwichtsconstanten kun je in je BiNaS vinden bij tabel 49 t/m 51.

Let op! Neem nooit vaste stoffen of oplosmiddelen mee in je evenwichtsconstante, die doen niet mee aan de evenwichtsreactie.

Soms wordt er gevraagd aan welke kan het evenwicht ligt in een evenwichtsreactie. Dit kun je aan K zien. Het is het antwoord op de vraag: “Aan welke kant ligt de grootste hoeveelheid?”

Als K groot is, dan is de teller groot. Er is dan veel van stof C en D. Het evenwicht ligt dan rechts.

Als K klein is, dan is de noemer juist groot. Er is dan veel van stof A en B. Het evenwicht ligt dan links.