De Bijlesstudent

Seizoenen

Bijles aardrijkskunde VMBO

Welke seizoenen zijn er?

De seizoenen: lente, zomer, herfst en de winter. Natuurlijk heb je hier al vaak over gehoord, maar hoe komt het dat er seizoenen bestaan? Wij leggen het je rustig uit!

De aarde waarop we leven is rond en draait om eigen as. Dat wil zeggen dat altijd maar een deel van de aarde richting de zon staat. Op het deel van de aarde waarop de zon schijnt is het dan dag. De as van de aarde staat niet recht maar schuin. Hierdoor staat de zon niet loodrecht op de evenaar, maar de zonnestand verplaatst zich tussen de Steenbokskeerkring en de Kreeftskeerkring. Dat zijn bepaalde graad lijnen op de wereldbol.

Wanneer is het welk seizoen?

Wanneer de zon loodrecht boven de Steenbokskeerkring staat is het winter op het noordelijk halfrond en zomer op het zuidelijk halfrond. Dit is precies andersom wanneer de zon loodrecht boven de Kreeftskeerkring staat.  Dan begint de zomer op het noordelijk halfrond en de winter op het zuidelijk halfrond. Wanneer de zon boven de evenaar staat begint de lente in het noorden en de herfst in het zuidelijke halfrond.

Zonkracht

De zonnekracht is niet overal op de wereld even sterk, dit komt door de seizoenen en de ronding van de aarde. De stralen die de aarde verwarmen verschillen in hoeveel aardoppervlak ze verwarmen.  De regel hiervoor is: hoe hoger de ligging van de breedte hoe langer de zonnewarmte stralen zijn en hoe groter het aardoppervlak dat verwarmd wordt. Als de breedteligging lager is, zullen de zonnestralen meer loodrecht op het oppervlak stralen, hierdoor wordt er een kleiner oppervlak verwarmd. Bij hogere breedteligging is de inval van de zon schuiner. Rond de evenaar is het altijd warm door de loodrechte zonnestand. Wanneer je verder weg reist van de evenaar zal je in koudere gebieden komen. De hoogte van een gebied beïnvloedt ook de temperatuur. Als je in hogere gebieden komt zal de lucht kouder zijn dan in lagere gebieden.