De Bijlesstudent

Diersoorten

Bijles Biologie VMBO

Wanneer behoren twee dieren tot één soort?

Dieren zijn soortgenoten als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Hun nakomelingen moeten dus ook weer nakomelingen kunnen krijgen. Soorten hoeven niet precies op elkaar te lijken. Ze kunnen er zelfs heel anders uitzien. Dit noemen we rassen. Denk maar een verschillende hondenrassen. Een teckel en een husky kunnen gewoon vruchtbare nakomelingen krijgen, ook al zien ze er heel anders uit. Wanneer meerdere individuen van een soort bij elkaar gaan leven in een gebied noemen we dat een populatie.

Gewervelde en ongewervelde soorten dieren

Er zijn heel veel verschillende soorten dieren. Sommige hebben wervels en sommige niet. Voorbeelden van ongewervelde dieren zijn kwallen, inktvissen, wormen en insecten. Dieren met wervels kunnen verdeeld worden in vijf groepen: vissen, amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren.

Al die dieren zien er weer allemaal anders uit. We gaan kijken naar een paar lichaamsonderdelen en hoe die verschillen bij verschillende dieren.

De poten van zoogdieren zien er allemaal anders uit. Sommige lopen op hun hele zool zoals olifanten (en zoals wij!), terwijl andere op hun tenen lopen zoals katten en wolven. Weer andere zoogdieren lopen op de topjes van hun tenen. De topjes hebben zich ontwikkeld tot harde hoeven. Denk maar aan paarden en koeien.

Carnivoren en herbivoren

De kiezen van zoogdieren verschillen ook veel van soort tot soort. De kiessoort hangt af van wat het zoogdier eet. Planteneters hebben plooikiezen. Daarmee kunnen ze taaie delen van planten goed vermalen. Vleeseters hebben weer knipkiezen. Daarmee kunnen ze taaie stukken rauw vlees doorknippen.

Wist je dat… wij vroeger eigenlijk ook knipkiezen nodig hadden. Dat komt omdat het voedsel heel taai was. Onze voorouders aten namelijk onder andere rauw vlees. Die knipkiezen hebben we eigenlijk niet meer nodig omdat we ons eten nu zo bereiden dat het een stuk zachter is. Toch zijn er nog overblijfselen van de knipkiezen die onze voorouders nodig hadden: onze verstandskiezen! Omdat we die toch niet nodig hebben worden ze vaak weggehaald.

De snavels en poten van verschillende vogels verschillen ook zeer. De snavels en poten van vogels zijn aangepast aan de omgeving waarin de leven en het voedsel dat ze eten. Een wilde eend heeft bijvoorbeeld een zeefsnavel. Hiermee kan de eend eten uit het water filteren. Een eend heeft zwempoten zodat hij kan zwemmen. Een arend heeft een heel andere snavel. Een arend heeft namelijk een haaksnavel om zijn prooi mee te verscheuren. Andere poten heeft hij ook. Hij heeft namelijk grijppoten om zijn prooi mee vast te pakken.