De Bijlesstudent

Het bloedvatenstelsel

Bijles Biologie VMBO

3 typen bloedvaten

Er zijn drie typen bloedvaten waar het bloedvatenstelsel uit bestaat: slagaders, aders en haarvaten.

Even in het kort, wat is het grootste verschil tussen slagaders en aders? Slagaders vervoeren bloed van het hart naar de organen toe. Dit bloed is zuurstofrijk. Ze brengen dus zuurstof en voedingsstoffen naar de organen toe. Aders vervoeren bloed van de organen naar het hart toe. Dit bloed is zuurstofarm. Aders zorgen dat koolstofdioxide en afvalstoffen worden afgevoerd. We gaan er nu wat dieper op in.

Slagaders

Slagaders zijn stevige bloedvaten. Ze moeten wel stevig zijn, het hart pompt namelijk met veel kracht bloed in ze. Ze hebben alleen kleppen bij het hart. Door de kracht waarmee het hart pompt gaat het bloed altijd de goede kant op en hebben ze verder geen kleppen nodig. Door de krachtige pompwerking van het hart is er een hoge bloeddruk in de slagaders.

Help! Wat is bloeddruk precies? Bloeddruk is de druk van het bloed tegen de wand van de bloedvaten.

Omdat er met zoveel kracht bloed door de slagaders stroomt is het erg gevaarlijk als een slagader beschadigt raakt. Door die grote kracht stroomt er dan heel snel heel veel bloed weg. Om die reden liggen de meeste slagaders diep, veilig weggestopt, in het lichaam. Er zijn wel een paar slagaders die niet diep liggen. Bij die slagaders kun je dan ook de krachtige werking van het hart voelen. Dit is bij je polsen, je hals en bij je slapen.

Aders

Aders hebben een wat minder stevige wand dan slagaders. Het bloed in de aders komt niet uit het hart direct, dus het stroomt een stuk minder krachtig. Het bloed komt namelijk uit de organen. Omdat het bloed minder krachtig stroomt zijn er kleppen nodig in de aders om ervoor te zorgen dat het bloed de goede kant op blijft stromen.

Haarvaten

Haarvaten zijn hele dunne bloedvaatjes die zich tussen slagaders en aders bevinden. Ze vormen een fijn vertakt net in weefsels en organen tussen bloed-toevoerende slagaders en bloed-afvoerende aders. Ze hebben hele dunne wandjes. De wanden zijn zo dun zodat vocht met zuurstof, voedingsstoffen, afvalstoffen en witte bloedcellen er doorheen kunnen. Door haarvaten komen zuurstof en voedingsstoffen in de weefselcellen terecht en komen koolstofdioxide en afvalstoffen (vanuit die weefselcellen) weer in het bloed terecht.