De grondwetherziening in 1848

Bijles geschiedenis VMBO

Waarom werd de grondwet aangepast?

Onder de druk van revolutie dreigingen geeft staatshoofd koning Willem II, Rudolf Thorbecke toestemming om de grondwet te herzien. Thorbecke heeft voorstellen voor aanpassingen in de grondwet waarin burgers zoveel mogelijk vrijheid, gelijke rechten en meer politieke invloed krijgen

Welke veranderingen waren er?

Veranderingen van de grondwetsherziening van 1848 waren:

  • Minder macht voor de koning
  • Meer macht voor het parlement: begin parlementaire democratie
  • Onschendbaarheid van de koning : ministers zijn voortaan verantwoording schuldig tegenover het parlement (ministeriële verantwoordelijkheid).
  • Het recht van ontbinden voor de regering, dit betekende dat wanneer de ministers een meningsverschil hadden met de Tweede kamer de kiezer kon kiezen wie zij dachten dat gelijk had.
  • Meer rechten voor het parlement; De Tweede Kamer kreeg het recht van amendement, het recht van enquête en het recht van interpellatie. De Eerste Kamer kreeg het recht van enquête en het recht van interpellatie.
  • Rechtstreekse directe verkiezingen op lokaal en landelijk niveau.
  • Leden van de Eerste Kamer worden gekozen door Provinciale Staten in plaats van de koning.
  • Invoering van het censuskiesrecht voor mannen. Mannen boven de 23 jaar die voldoende belasting betaalden mochten stemmen.
  • Meer grondrechten voor de burgers: recht van vereniging en vergadering en vrijheid van onderwijs. Samen met grondrechten zoals vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers vormen dit samen de klassieke grondrechten.