De Bijlesstudent

Zouten: neerslagreacties opstellen

Bijles NaSk VMBO

Welke verschillen in oplosbaarheid zijn er?

Zouten verschillen in oplosbaarheid. Sommige zouten lossen heel goed op in water. Denk bijvoorbeeld aan keukenzout (natriumchloride). Je kunt best veel keukenzout in een glas water oplossen zonder dat er een op de bodem een neerslag ontstaat. Bariumsulfaat daarentegen is een voorbeeld van een zout dat slecht in water oplost. Wanneer je een zeer kleine hoeveelheid van dit zout in een bekerglas met water brengt, zal er al een neerslag ontstaan.

Wanneer ontstaat er neerslag?

Om erachter te komen of er een neerslag ontstaat wanneer je twee zoutoplossingen met elkaar mengt, moet je een tabel maken. Je hebt daarbij Binas tabel 35 nodig. Stel dat je een oplossing van calciumchloride mengt met een oplossing van natriumcarbonaat. Je krijgt dan de onderstaande tabel.

 

Er ontstaat in dit geval een neerslag van calciumcarbonaat. De neerslagvergelijking is:
Ca2+ (aq) + CO32- (aq) → CaCO3 (s)
aq betekent ‘aqua’, wat aangeeft dat de ionen opgelost zijn in water. Wanneer na mengen de calciumionen van de ene oplossing de carbonaationen van de andere oplossing tegenkomen, zullen zij aan elkaar vastbinden en een neerslag vormen.

schermafbeelding 2021 03 10 om 20.56.23

Voorbeeldvraag:

Je voegt een oplossing van zinkfluoride bij een oplossing van magnesiumsulfaat. Geef de neerslagvergelijking.

Antwoord: Mg2+ (aq) + 2 F (aq)

De uitwerking van de vraag staat onderaan.
 
Het magnesiumion heeft een lading van 2+, terwijl het fluoride-ion een lading van 1- heeft. Om de neerslag elektrisch neutraal (dus ongeladen) te krijgen zijn voor aanwezigheid van elk magnesiumion 2 fluoride-ionen nodig. Vandaar dat magnesiumfluoride genoteerd wordt als MgF2.

→ MgF2 (s)

Uitwerking voorbeeldvraag:

schermafbeelding 2021 03 10 om 20.59.30