De Bijlesstudent

Bijles Nederlands VWO

- Rijm -

Welke rijmklanken zijn er?

Rijm is het herhalen van beklemtoonde lettergrepen met dezelfde klank. Het kan gaan om klinkers, medeklinkers of om beide. Er zijn vier soorten rijmklanken: volrijm, assonantie, acconsonantie en alliteratie. We gaan die eerst uitleggen. Daarna gaan we kijken naar hoe we rijm indelen naar de plaats in de versregel.

Bij volrijm rijmen zowel de klinkers als de medeklinkers.

            gemaakt – bewaakt

            lopen – hopen

            lief – dief

            kinderen – hinderen

Assonantie, acconsonantie en alliteratie zijn vormen van halfrijm. Bij assonantie rijmen alleen de klinkers.

            lief – diep

            schaap – vaag

Bij acconsonantie rijmen alleen de medeklinkers. Je komt acconsonantie niet vaak tegen in Nederlandstalige poëzie.

            wand – hond

            beerbier

Wat is alliteratie?

Wat je wel veel tegenkomt is alliteratie. Bij alliteratie rijmen de medeklinkers aan het begin van woorden die bij elkaar staan. De eerste medeklinkers van beklemtoonde woorden zijn dus gelijk. Alliteratie kan zorgen voor een vloeiend en/of muzikaal effect. Ook zorgt alliteratie dat je een boodschap beter onthoudt. Veel merken en stripfiguren maken gebruik van alliteratie. Denk maar aan Dunkin’ Donuts en Donald Duck. Je komt ook beginrijm tegen bij alledaagse uitdrukkingen zoals jarige job en handige harry.

Soorten rijmen

Rijm kun je indelen naar plaats in de versregel. Je hebt eindrijm, middenrijm, binnenrijm, dubbelrijm en overlooprijm.

  • Bij eindrijm rijmen de laatste lettergrepen van de versregels. De rijmende woorden kunnen in een bepaald patroon staan. We hebben het dan over een Denk hierbij aan rijmschema’s als gepaard rijm (aabb), omarmend rijm (abba) en slagrijm (aaaa).
  • Bij middenrijm rijmen de woorden die midden in de versregels staan met elkaar.
  • Bij binnenrijm rijmen meerdere woorden in een versregel met elkaar in de vorm van volrijm.

Ik mag staan en gaan waar ik wil.

  • Bij dubbelrijm staan aan het einde van twee versregels twee rijmende klanken.

Er staat een boom bij de bron

Waarnaast ik droom in de zon

  • Bij overlooprijm rijmt het laatste woord van een versregel met het eerste woord van de volgende regel.