De Bijlesstudent

De opbouw van een tekst

Bijles Nederlands VMBO

De opmaak van een tekst

Het eindexamen van het vak Nederlands op het VMBO is een leesexamen. Het is handig om te van tevoren goed door te hebben hoe teksten in elkaar zitten. Dat maakt het leesexamen een stuk overzichtelijker. We gaan de opmaak van de tekst, de functies van de inleiding en de functies van het slot bespreken.

We krijgen dus een tekst voorgeschoteld. Wat valt ons als eerste op? … het uiterlijk van de tekst! De opmaak is de manier waarop de tekst en eventuele beelden over de bladzijde(n) verdeeld zijn. De opmaak gaat dus over de titel, de tussenkopjes, de tekstindeling, de alinea-indeling en over de lettertypes. Het lettertype van een tekst zegt meestal wat over de sfeer van de tekst.

Tip: met de opmaak kun je meestal de tekstvorm herkennen!

Op het examen zul je waarschijnlijk een tekst tegenkomen met beeld (een illustratie, een advertentie, een afbeelding, een plattegrond, enzovoort). Je kunt een vraag over het beeld verwachten.

De indeling van een tekst

De meeste teksten hebben de indeling: inleiding, kern en slot. De inleiding en het slot bestaan meestal beide uit maar één alinea. De kern bestaat daarentegen uit een aantal alinea’s. In de alinea’s worden alle deelonderwerpen besproken.

De inleiding van een tekst kan zes verschillende functies hebben.

  1. Aandacht trekken
  2. Het onderwerp aankondigen
  3. Het centrale probleem/vraag aankondigen
  4. De aanleiding noemen voor het schrijven
  5. De tekst kort samenvatten
  6. De mening van de schrijver geven

De schrijver rondt de tekst af bij het slot. Het slot van een tekst kan zes verschillende functies hebben.

  1. Een samenvatting geven
  2. Een conclusie geven
  3. Een oproep doen
  4. Een advies geven
  5. Een waarschuwing geven

De functie van het slot hangt samen met het schrijfdoel van de schrijver. Wordt er een oproep gedaan in het slot? Dan is het doel hoogstwaarschijnlijk om de lezer te activeren. Wordt een conclusie gegeven? Dan wil de schrijver jou misschien overtuigen van zijn/haar argumenten.

Signaalwoorden

Nu weet je wat de opmaak van een tekst inhoudt en dat je de tekstvorm ermee vast kunt stellen. Ook weet je de functies van de inleiding en het slot. Je weet ook dat het slot samenhangt met het schrijfdoel van de schrijver. Signaalwoorden zijn ook belangrijk voor de opbouw van de tekst en duiden allerlei verbanden aan. Wil je meer weten over signaalwoorden? Check onze uitleg over kernzinnen en signaalwoorden.